EEDEN, Frederik Willem van

Frederik Willem van Eeden

(roepnamen: Frée, Kees), oprichter van Walden (bij Bussum) en Maatschappij De Eendracht (te Amsterdam), is geboren te Haarlem op 3 april 1860 en overleden te Bussum op 16 juni 1932. Hij was de zoon van Frederik Willem van Eeden, botanicus en algemeen secretaris-penningmeester van de Maatschappij voor Nijverheid, oprichter en directeur van het Koloniaal Museum en het Museum voor Nijverheid, en Neeltje van Warmelo. Op 15 april 1886 trad hij in het huwelijk met Martha van Vloten, met wie hij twee zoons kreeg. Dit huwelijk werd ontbonden op 29 juli 1907. Op 21 augustus 1907 hertrouwde hij met Geertruida Woutrina Everts, met wie hij twee zoons kreeg.
Pseudoniemen: Lieven Nijland, Cornelis Paradijs, Varius.

De begaafde Van Eeden stamde uit een geslacht van bollenkwekers. Hij echter ging in Amsterdam medicijnen studeren. In zijn studententijd werd hij praeses van het studentencorps en ging ook schrijven. Met Franc van der Goes richtte hij de Letterkundige Vereeniging Flanor op (1881), organiseerde hij de Breêro-feesten en was een van de oprichters-redacteuren van De Nieuwe Gids (1885-1893). In dit tijdschrift publiceerde hij De Kleine Johannes. Men rekende hem tot de stroming van de 'Tachtigers'. Op zijn huwelijksreis bezocht hij met Martha van Vloten, dochter van de bekende vrijdenker en criticus J. van Vloten, Multatuli, over wie hij een artikel bij diens dood in 1887 schreef. Als huisarts vestigde hij zich in Bussum, maar met Dr. A.W. van Renterghem opende hij een psychotherapeutisch instituut in Amsterdam, waar zij patiënten behandelden volgens de methode van A.A. Liébeault (Nancy), die Van Eeden in 1887 bezocht. Hypnose en gesprekken vormden de basis van deze geneeswijze. In 1893 maakte Van Leden zich los van deze instelling en ging patiënten uit het Gooi en van elders, ook uit het buitenland, in Bussum behandelen. Een klinische blik en een charismatische persoonlijkheid maakten dat hij succes had. Door een problematische, doch inspirerende platonische verhouding met Ellen, een patiënte (E. van Hoogstraten-van Hoytema), was hij niet gelukkig (1887-1898). Ervaringen met patiënten zijn verwerkt in de roman Van de koele meeren des doods (1900). Verder schreef hij gedichten, leesdrama's, symbolistische toneelstukken als De Broeders, tragedie van het recht (1894) en De Idealisten of Het beloofde Land (1909), een comedie, geïnspireerd door de kolonie Walden en die te Blaricum.

Frederik van Eeden reisde graag en veel. In zijn jonge jaren trok hij naar Frankrijk, waar hij met de methoden van de artsen J.M. Charcot, Liébeault en H. Bernheim kennis maakte en een bewonderaar van Vincent van Gogh werd. Hij reisde ook naar Engeland, dat hem zo beïnvloedde dat hij in 1890 verklaarde 'socialist' te zijn. Daar maakte hij onder meer kennis met William Morris, Th.J. Cobden-Sanderson en de Russische ballingen P. Kropotkin en F. Stepniak. In Nederland zou hij helpen het tijdschrift Free Russia (Londen) te verspreiden. Verder werd hij er lid van de Society for Physical Research, kende L. Tuckey en F. Myers, gaf lezingen, maakte mediamieke seances mee en behandelde patiënten. In Nederland zou hij deze sterke belangstelling voor parapsychologie en spiritisme steeds meer plaats in zijn leven geven. Hoewel uiterlijk opgewekt worstelde hij met zware depressies. Hij hield aantekening van zijn denken in Dagboeken en van dromen in dromenboekjes. In 1913 publiceerde hij A study of dreams, een analyse van zijn eigen dromen. In Nederland kreeg hij echter geen erkenning op zijn vakgebied. In Engeland leerde hij Lady Welby kennen (1892), die hem stimuleerde in zijn onderzoek naar de taal als communicatiemiddel. Naarmate mensen elkaar beter zouden begrijpen, zouden agressie en misverstand verminderen. Een voortzetting van deze belangstelling was zijn activiteit in signifische kring, waar de taalfilosofie in het middelpunt stond van hem en Jacob Israël de Haan, L.E.J. Brouwer, Gerrit Mannoury en J. van Ginniken. Zijn wijsgerige studies verschenen in verschillende tijdschriften, zo ook zijn Redekunstige grondslag van verstandhouding (1897) dat sterke verwantschap met het denken van Ludwig Wittgenstein vertoont. In de Studies I- VI (Amsterdam 1897-1918) heeft Van Eeden zijn belangrijkste essays op dit gebied verzameld.

In toenemende mate zou hij nadenken over maatschappelijk onrecht en de moderne levensstijl, die een ziekmakend effect op de mens zou kunnen hebben. Ter verbetering van de maatschappelijke verhoudingen zou de produktieve coöperatie met het principe 'werkers, werkt voor elkander' een oplossing bieden. De levensstijl moest eenvoudig worden. De mens moest werken voor eigen behoeften. Het laatste ideaal zou verwerkelijkt kunnen worden op de 'vestiging Walden' - zo genoemd naar het boek van H. Thoreau, Walden, a life in the woods (1854) die van 1898 tot 1907 bij Bussum functioneerde. De coöperatiegedachte zou bevorderd worden door de Vereeniging Gemeenschappelijk Grondbezit (GGB), die hij najaar 1901 mede oprichtte en waarvan Walden een onderdeel - maar wel met voortrekkersfunctie - zou vormen. Een tijdlang werkten de deelnemers daar in 'communistisch verband', dat wil zeggen: 'werken naar krachten en nemen naar behoeften'. Van Eeden woonde op Walden, dat van een landbouwbedrijf evolueerde naar een coöperatieve bakkerij, chocoladebedrijf en tuinderij, waar hij de zorg voor de bijenstal had. In 1900 kwam de zangeres (Geer-) truida Everts als koloniste op Walden wonen. Zij en Van Eeden hadden sinds 1901 een verhouding, die voor vele vrienden en Waldenbewoners moeilijk verteerbaar was. In 1907 zou hij met haar trouwen. In 1903 steunde hij de spoorwegstakingen en trad op als hoofd van het stakingscomité te Amersfoort. In 1904 trachtte hij het plan van A.M. Reens te verwezenlijken om de binnenkomende steungelden voor de stakers te gebruiken voor het organiseren van een consumentencoöperatie. Door een afbetalingssysteem met bonnen konden arbeidersgezinnen duurzame goederen (huisraad, schoenen) aanschaffen. Dit liep fout, mede omdat niet alle aangestelden exact waren in de afdracht van de gelden. Van Leden werd aansprakelijk gesteld voor de tekorten. De in 1904 opgerichte Maatschappij De Eendracht werd in 1907 failliet verklaard. Ook Frederik van Eeden zelf werd daardoor bedreigd. Hij moest f250.000,- bijeenbrengen om de schulden te betalen. In 'Mijne ervaringen op sociologisch gebied' legde hij in De Gids vast wat Walden, dat hij nu 'een experiment' noemde, hem had geleerd (1907). Al eerder was een bundeling van zijn lezingen op maatschappelijk gebied in De Blijde Wereld nog optimistisch geweest. Ook in het blad De Pionier, dat het orgaan van de Vereeniging GGB zou worden en waarvan hij in 1903 redacteur werd als opvolger van Felix Ortt (vanaf 1904-1906 met anderen als mederedacteur), propageerde hij zijn sociale ideeën en polemiseerde hij met anarchisten als F. Domela Nieuwenhuis, die Walden en dergelijke kolonies veroordeelde als 'moderne kloosters', en sociaal-democraten als P.J. Troelstra en A. de Koe. Men kan Van Eeden in deze periode zien als een echte sociaal-anarchist, hij stond een coöperatief stelsel voor dat het kapitalisme moest uithollen. Na het échec van Walden en De Eendracht was Van Eeden overtuigd dat de Nederlandse arbeiders nog niet rijp waren voor deze produktiewijze. In 1908 en 1909 bezocht hij drie maal de Verenigde Staten, waar hij lezingen hield en ook enige medewerking gaf aan een kolonisatieplan in Wilmington (Noord Carolina), waar inderdaad Nederlanders zich vestigden als tuinders en bloemenkwekers. Uiteindelijk zou ook deze kolonie spoorloos verdwijnen. Nadat de ouderen hem afgewezen hadden, zocht Van Eeden het bij de jongeren. In twee brochures, die veel invloed hadden, richtte hij zich tot de jeugd, in 1911 met zijn Open brief aan de padvinders, waarin hij de gevoelens vertolkte die de vrije jeugdbewegers jegens de padvinders bezielden, en in 1914 met de brochure Vrije jeugd. Bij een bezoek aan Wenen in 1914 leerde hij S. Freud kennen. Hij kwam er onder de indruk van de Jugend Bund. Het stimuleerde hem de Nederlandse jeugd tegenover de ouderen te steunen. Volgens hem moest de jeugd 'oordelen naar haar vrije intuïtie en dan handelen naar haar rechtsgevoel zo veel haar geesteskracht en geduld het haar mogelijk maken'.

Van Eedens denken had zich in een meer elitaire richting ontwikkeld: de 'koninklijken van geest' moesten de mensheid leiden tot het goede. In 1914 zou dit streven belichaamd moeten worden door de 'Forte-kreis' (met onder anderen W. Rathenau, M. Buber, E. Gutkind, F.C. Rang, H. Borel, P. Bjerre, en G. Landauer), waarvan Van Eeden een initiatiefnemer was. De Eerste Wereldoorlog verhinderde de verdere ontwikkeling. Van Eeden zou diepgaand bevriend raken met Upton Sinclair en wat later Romain Rolland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte hij met anderen plannen voor de Amersfoortse School voor Wijsbegeerte. In 1918 nam hij een kandidatuur aan voor de Algemeene Staatspartij. Volgens eigen zeggen werd hij nét niet gekozen. In 1922 vroeg men hem hetzelfde voor de Grondpartij, die kolonisatie als programmapunt had. Zelf stond hij blijkens zijn Dagboek nog steeds op het standpunt 'opheffing van het grondmonopolie'. Hij verheugde zich ook zeer over de groei en bloei van de Vereeniging GGB in deze jaren. Van Eeden voelde zich steeds meer aangetrokken tot het rooms-katholicisme en zijn geestelijk adviseur raadde hem deze activiteiten sterk af. Voortaan zou hij vooral voor katholieke kringen spreken en het coöperatieve Veluwe-plan een stichting met de tot het katholicisme bekeerde dominee A.E. Boers en Em. Verviers als secretaris-penningmeester in het bestuur (1923) moest hem iets vergoeden van het verlies van eigen sociale plannen. Dit plan kwam echter nauwelijks van de grond. Ook het redacteurschap van De Groene Amsterdammer (sinds 1914) moest Van Eeden in 1922 opgeven. Er had als gevolg van zijn bekering tot het katholicisme polarisatie plaats tussen hem en de andere redacteuren. Hij ging toen schrijven voor De Nieuwe Eeuw. Frederik van Eeden verouderde snel in de jaren twintig, zodat zijn overlijden een verlossing was. Tijdens zijn leven was hij een van de bekendste Nederlanders in binnen- en buitenland, ook al werd hij tot zijn verdriet miskend, bij voorbeeld als toneelschrijver. Het werk Walden Two (1948) van de Amerikaanse B.F. Skinner zou geïnspireerd kunnen zijn op Van Eedens Walden, waarvan hij kennis kon krijgen door Van Eedens autobiografie Happy Humanity (Garden City 1912), geschreven vooral voor een Amerikaans publiek.

Archief: 

Archief F.W. van Eeden in Universiteitsbibliotheek (Amsterdam).

Publicaties: 

In memoriam Multatuli' in: De Nieuwe Gids, 2e jrg. nr. 5,1887; Vae Victis! Wee den overwonnenen (Amsterdam 1903); De Blijde Wereld. Reden over Mensch en maatschappij (Amsterdam 1903); Gemeenschappelijk Grondbezit. Een toelichting voor den arbeider (Amsterdam 1903); Iets over de maatschappij De Eendracht (Amsterdam 1906); De Vrije arbeid op Walden (Amsterdam 1906), ook in het Engels: Free Work at Walden, Holland (London 1906);. 'Mijne ervaringen op sociologisch gebied' in: De Gids, 1907, 102-122, herdrukt als brochure (Amsterdam 1954); Van Eedenkolonie in N. Carolina, USA. Inlichtingen voor aspirant-kolonisten met een schrijven van Dr. F. van Leden (Amsterdam 1912). In de Medede(e)lingen van het Frederik van Eedengenootschap (1e jrg. 1935) zijn vele brieven van en aan F. van Eeden gepubliceerd; Dagboek 1878-1923. Uitgegeven en toegelicht door Dr H.W. van Tricht. 4 delen (Culemborg 1971-1972); 'Dagboek-Walden' in: J.S. de Ley, B. Luger, Walden in droom en daad (Amsterdam 1980) 63-226. Zie ook de Frederik van Eeden bibliografie in Literama (NCRV), Frederik van Eeden nr. XVI, 7 (november 1981), 249-303.

Literatuur: 

F. Netscher in: De Hollandsche Revue, 1899, 809-827; F. van der Goes in: De Nieuwe Tijd, 1903, 417-434; J. Saks, 'De pionieren van Bussum' in: Socialistische opstellen. Tweede bundel (Rotterdam 1923) 24-77; G. Kalff, Frederik van Eeden, psychologie van den Tachtiger (Groningen 1927); W. van Itallie-van Embden in: Haagsche Post, 1927, herdrukt in: Haagse Post, 30.8.1975; D. de Lange in: Bevrijding, 1929, 103-104; F.W.H. Emons e.a., Dr. Frederik van Eeden herdacht (Leiden 1932); J. Winkler in: De Socialistische Gids, 1932, 487-491; A. Storm in: Bevrijding, 1932, 42-43; H.W. van Tricht, Frederik van Eeden, denker en strijder (Utrecht 1934); Mededeelingen van het Frederik van Eeden Genootschap, nr. 3, 1937 (nummer over Walden met bijdragen van A. Perdeck, J. van Hettinga Tromp en H. Heyenbrock) en nr. 5, 1938 (met bijdrage van I.B. Cohen); F. Ortt e.a., Over Frederik van Eeden (Amsterdam 1958); A. Salomons in: Maatstaf, november 1959; De Waarheid, 1.4.1960; P. van Eeden, W.J. Simons, Van Eeden! Van Eeden! Daar komt hij aangetreden! (Amsterdam 1960); W.J. Simons, Het paleis van Circe (Amsterdam 1960); H. Siebel in: Friese Koerier, 25.10.1963; S.L. Flaxman, 'Thoreau and Van Eeden' in: E.F. Timpe, Thoreau abroad (Hamden 1971) 57-77; Becker, Frieswijk, Bedrijven; J.M. Welcker, 'Walden, 1898-1907' in: Heren en arbeiders (Amsterdam 1978) 485-552; H.W. van Tricht in: BWN I, 163-165; J.S. de Ley, B. Luger, Walden in droom en daad (Amsterdam 1980); I. Bulhof, Freud en Nederland (Baarn 1983); De Waarheid, 3 1.7.1982; K. Bakker in: Komma, december 1983, 66-83; H.W. van Tricht (red.), Onzeekerheid is leeven (Leiden 1983); A.F. Heijerman, M.J. van den Hoven (red.), Filosofie in Nederland. De Internationale School voor Wijsbegeerte als ontmoetingsplaats 1916-1986 (Meppel); K. Joosse, Arnold Aletrino (Amsterdam 1986); M. van Soest in: Vrij Nederland Bijlage, 2.4.1988; M.L. Mooijman, "'Zooals ze hier je Keesje waarderen en fêteeren..." Frederik van Eeden in Amerika' in: Het Oog in 't Zeil, augustus 1988, 1-10; J. Fontijn, Tweespalt. Het leven van Frederik van Eeden tot 1901 (Amsterdam 1990); H. Walter-Schmitz, De Hollandse Significa. Een reconstructie van de geschiedenis van 1892 tot 1926 (Assen/Maastricht 1990); J. Bel, Nederlandse literatuur in fin de siècle. Een receptie-historisch overzicht van het proza tussen 1885 en 1900 (Amsterdam 1993); L. Heyting, De wereld in een dorp. Schilders, schrijvers en wereldverbeteraars in Laren en Blaricum 1880-1920 (Amsterdam 1994); Elsbeth Etty, Liefde is heel het leven niet. Henriette Roland Holst 1869-1952 (z.pl. 1996); J. Fontijn, Trots verbrijzeld. Het leven van Frederik van Eeden vanaf 1901 (Amsterdam 1996); M. Mooiweer, De Amerikaanse droom van Frederik van Eeden (Amsterdam 1996); H.G.M. Prick, In de zekerheid van eigen heerlijkheid. Het leven van Lodewijk van Deyssel tot 1890 (Amsterdam 1997); B. Luger, Wie las wat in de negentiende eeuw? (Utrecht 1997); J. Grave, Zulk vertalen is een werk van liefde. Bemiddelaars van Nederlandstalige literatuur in Duitsland 1890-1914 (Nijmegen 2001); E. Blom, De vlam van het menselijk denken. Nico van Suchtelen (1878-1949) (Amsterdam 1999); M. Kemperink, Het verloren paradijs. De literatuur en de cultuur van het Nederlandse fin de siècle (Amsterdam 2001).

Portret: 

F.W. van Eeden, op Walden 1922, particulier bezit

Auteur: 
Johanna M. Welcker
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 48-53
Laatst gewijzigd: 

26-08-2002